Rapensoep met salie
Rapen zijn geen publiekslievelingen. Ze zijn licht bitter, aards en soms wat streng. Ik begrijp dus dat ze niet spontaan bovenaan je winterlijstje staan. Maar wie ze links laat liggen, mist een groente met karakter.
Wat vaak misgaat, is niet de raap zelf maar de aanpak. Ze verdwijnen te snel in water, worden plat gekookt en daarna gemixt tot iets dat weinig zegt. Een goede rapensoep begint vroeger. Bij het rustig zweten van ui. Bij het aanbakken van de rapen in vetstof zodat hun scherpe rand afrondt en hun smaak verdiept. Pas daarna voeg je bouillon toe. Water verdunt wat je niet eerst hebt opgebouwd.
Salie is hier geen versiering, maar structuur. Even mee bakken zodat haar aroma vrijkomt. Ze geeft richting aan het aardse van de raap zonder het te verbergen.
Het is een eenvoudige soep die staat of valt met hoe je werkt. Neem de tijd om je basis op te bouwen, proef onderweg en kruid bewust. Meer heeft ze niet nodig.

Rapensoep met salie
Voor 2 tot 3 personen
Ingrediënten
- 5 rapen
- 1 grote ui
- scheut whisky
- 1 el groentebouillon
- 8 blaadjes salie
- olie
- peper en zout
Bereiding
Snijd de salie in reepjes. Hak de raapjes in blokjes
Stoof de versnipperde ui met de salie in de olie tot de ui glazig wordt.
Voeg de raapjes toe.
Roerbak vijf minuten op matig vuur.
Blus met de whisky.
Voeg water toe tot de raapjes onderstaan.
Kook tot boterzacht.
Mix met de salieblaadjes.
Breng op smaak met peper en zout.